Maar je zit hier nu wel…

Ik word ontvangen in een prettig ogende ruimte, ruim, met balken en de mooie bamboebalk die ik herken van een eerdere shibari kennismaking. Mijn lijf reageert meteen met een plezierig soort shiver.  Zoals via mail besproken zullen we eerst nog even samen doornemen wat de wederzijdse verwachtingen zijn. Ik vind dat prettig. Het draagt bij aan de verbinding die voor mij, maar zoals ik op zijn website heb gelezen ook voor hem, belangrijk is. Er moet in ieder geval vertrouwen zijn.  Ik voel me al vrij snel op mijn gemak en vertel over de weg die Mark en ik samen hebben afgelegd voordat we zijn waar we nu zijn, en die voor een belangrijk deel bijdraagt aan de manier waarop ik naar mezelf kijk en mezelf ervaar. Æbele stelt goede vragen, oordeelt misschien, maar veroordeelt niet. En dat alleen al vind ik heel prettig. Ook hij vertelt over hoe hij gekomen is waar hij nu is, zijn visie op verbinding, overgave, shibari, seksualiteit.

Als ik zeg dat ik niet kom omdat ik nu heel erg gefrustreerd ben door gebrek aan intimiteit of dat ik last heb van overmatige geilheid zegt hij, meer constaterend dan oordelend: maar je zit hier nu wel. Point taken.

Hij checkt vervolgens zorgvuldig of er nog issues zijn, fysiek of mentaal. Legt uit dat ik een zelfgekozen stopwoord mag verzinnen, voor als het echt niet verder kan/mag. Hij geeft aan dat ik het woord ‘genade’ mag gebruiken voor als ik, om welke reden dan ook, even iets wil communiceren. Ik vind ‘genade’ een mooi woord, omdat het een duidelijke machtsverhouding in zich heeft. Om genade moet je vragen, smeken misschien wel.. en het is aan de welwillendheid van de ander of de genade verleend wordt. Ik vind zo’n zelfverkozen machtsverhouding fijn. En inmiddels vertrouw ik erop  dat een verzoek om genade, binnen de door hem gestelde grenzen, ook gehonoreerd zal worden.

Æbele legt uit wat hij als de elementen ziet van shibari: verbinding, overgave, seksuele opwinding, esthetiek en pijn vraagt of ik al direct een bepaald gevoel bij een van de elementen heb. Voor mij is shibari zoals ik het tot nu toe heb ervaren inderdaad een samengaan van verbinding, overgave en afgedwongen ongemak, dat bij mij juist leidt tot een gevoel van geborgenheid. Het element pijn geeft mij extra opwinding. Tot nu toe is het best abstract; het is al wat langer geleden dat ik de touwen gevoeld heb. Maar wat ik nu als een bijna fysieke en mentale sensatie registreer is dat ik er heel erg naar uitkijk om het weer te ervaren. En na dit gesprek durf ik het ook aan.

Ik kleed me uit, naakt tot op mijn slip, ik ben daarin vrij. Ik wil graag de touwen op mijn huid voelen, niet gehinderd door kleding. Ik ga voor Æbele zitten, die mij aankijkt en mij vraagt mijn ogen te sluiten. Ik heb tevoren al kunnen aangeven dat ik het fijn vind geblinddoekt te zijn; ik wil nu niet afgeleid worden door mijn imperfecties, ik heb duisternis nodig om me over te kunnen geven. Dan voel ik Æbele achter me, hij streelt rustig mijn armen en rug met zijn handen en met het touw. Het voelt zacht en het ruikt lekker, aards. Dan pakt hij me steviger beet en manipuleert me een beetje, ik mag zijn handen volgen. Vervolgens slaat hij het touw een aantal malen om me heen en trekt het stevig aan. Heel stevig. Ik hoor en voel zijn ademhaling vlak bij mijn oor. Het voelt overweldigend, het is duidelijk dat ik nu even niets meer heb in te brengen. Dat ik mag volgen, dat ik móet volgen. Het geeft een aangename sensatie, een combinatie van vrees en verlangen. Doordat de blinddoek zowel mijn zicht als ook gedeeltelijk mijn gehoor ontneemt is mijn huid nu mijn belangrijkste zintuig. Ik voel de adem van Æbele langs mijn nek en hals strijken, zijn handen die afwisselend zacht strelen en stevig vastpakken. Ik voel de touwen die onvoorspelbaar: dan weer snel, dan weer langzaam, maar absoluut onontkoombaar, mijn armen vastzetten, mijn hoofd omwikkelen. Æbele knoopt stevig, het ongemak groeit, ik moet echt doorademen om mijn weerstand op te geven. Mijn schouders zijn naar achteren getrokken, mijn borsten priemen naar voren, mijn tepels weerloos tegen de krachtige vingers van Æbele. Ik zuig mijn longen vol, ik laat mijn adem los, ik sis, ik grom. Ik kan niet anders. En ik geniet. Van het ongemak, van de pijn, van het onmachtig zijn.

Æbele laat mij voorover zakken op de mat. Er volgen meer touwen, rond mijn middel, heupen, bovenbenen. Strak, heel strak. Eén keer vraag ik om genade als Æbele het touw zo snel onder een ander touw doortrekt dat het voelt alsof op dat plekje mijn huid verbrandt. Hij reageert meteen.

Dan word ik via een lijn omhooggetrokken, zodat ik half gedraaid aan mijn dijbeen hang. Vervolgens pakt hij pakt mijn onderbeen en knoopt deze met snelle bewegingen krachtig tegen mijn dijbeen aan. Ik heb nu echt mijn ademhaling nodig om dit op te kunnen vangen, wow, die druk op mijn scheenbeen! Maar genade wil ik niet. Ook mijn voeten worden teen voor teen meegenomen in de bondage. Het kriebelt, ik hoor mezelf lachen, kreunen, maar genade? Nee, dat wil ik niet, dat hoef ik niet. Dan hoor ik Æbele zeggen dat ie nog niet klaar met me is. Met snelle bewegingen worden touwen door mijn kruis getrokken, ook strak, heel strak. Het is een aparte sensatie, zachte handen en hard aangetrokken touwen. Ik word een beetje vloeibaar, weet niet meer zo goed wat ik waar voel, het is een en al voelen en ademen. Ik kan niet anders dan zijn in het moment en voelen. En me overgeven aan Æbele die bepaalt.

Dan vermindert langzaam de druk op de touwen en word ik uitgepakt. Ik tintel. En het voelt bijna jammer als het touw verdwijnt, als de koestering en de kracht afneemt. Ik voel de touwen langs mijn handen glijden, ik ben weer in staat om te de geur ervan op te snuiven. Mijn lijf wordt langzaam weer van mij. Mijn nek, tijdens de bondage al een beetje aanwezig, protesteert nu, en haalt me een beetje uit de roes van het langzame bij zinnen komen. Ik had misschien eerder moeten aangeven dat het niet helemaal lekker zat.

Æbele gooit de losse touwen op mijn lijf. Enerzijds geeft dat een warm en veilig gevoel, ze zijn er nog, maar los. En anderzijds voelt het alsof Æbele er een signaal mee afgeeft: ze zijn er nog en ik bepaal wat er gebeurt met jou. En dat geeft óók een fijn gevoel.

Ik keer langzaam terug in het hier en nu, en ik kan niet anders zeggen dan dat ik het heerlijk heb gevonden. Mijn hoofd heeft me af en toe nog laten weten dat het aanwezig was, mijn hang naar controle heeft zich niet zomaar ineens uit laten schakelen, maar het grootste gedeelte van de tijd heb ik me kunnen overgeven aan dat wat er was, de verbinding, het ongemak, de opwinding en de pijn.  Echt super fijn. Het smaakt naar meer.

Flora
10 september 2024

Volgende
Volgende

Ferm en respectvol zoekt hij mijn grenzen op